In het Twentse Denekamp, verscholen in het groen, ligt het klooster van de Franciscanessen van Denekamp. Stichteres Anselma Bopp kwam in 1875 van Duitsland naar Nederland en legde de basis voor het religieuze leven in Denekamp: zorg voor armen en zieken, hulp bieden aan mensen in nood, opkomen voor gerechtigheid. Toen het aantal zusters in Nederland daalde, kwamen in het jaar 2000 de eerste zusters uit Indonesië naar Nederland. Een van hen is zuster Christella Warini. Leo Fijen ging met haar in gesprek.
‘Ieder mens leeft van verlangen naar geluk’
Als je het niet weet, is het niet makkelijk te vinden. Je moet een buitenwijk van Denekamp door, het kanaal over, en dan heb je het gevoel een doodlopende weg in te gaan. De Duitse grens is niet meer ver weg. Maar als je tegen beter weten in toch die laatste boerenweg ingaat, is er ineens die afslag naar rechts. Daar wonen, leven, bidden en werken de franciscanessen van Denekamp. Daar is ook het Franciscushuis dat een centrum van toerusting en zingeving wil zijn. De Indonesische zusters Augustin, Reinalda, Virgini, Klarina en Mariela zijn de gastvrouwen. Zuster Christella Warini is het gezicht naar buiten, hun coördinator en leidinggevende. Ze biedt niet alleen gastvrijheid aan, maar is zelf ook intens betrokken bij de gasten, in een omgeving die de schoonheid van de schepping verbindt met de uitnodiging om je hart te openen.
Verdriet
We zijn in de vastentijd al meer dan een dag bij elkaar, als een groep die de ervaringen van verlies met elkaar wil delen. We zitten in het Franciscushuis te Denekamp, dat prachtige oord om even weg te zijn uit de drukte van alledag. Er zijn veel vrouwen, twee mannen. We praten over het verlies van je ouders, van je partner of van je kind dat dood ter wereld kwam. We vallen ook soms stil, zeker in de laatste middag als we weten dat we zo afscheid van elkaar gaan nemen. En dan gaan we uiteen, met onze eigen gevoelens van schuld, van ongeloof, van gebrek aan troost door mensen om je heen. Zuster Christella neemt het voortouw. In deze tweedaagse over rouw zit ze aan het hoofd van de tafel, om het volgende onderdeel toe te lichten, om iedere deelnemer een nieuwe opdracht te geven of om gewoon maar stil te zijn en ook zomaar te breken in een stortvloed aan tranen. Ze deelt haar tranen met allen die gehuild hebben. Op zulke momenten verstaat ze de kunst om haar hart te laten spreken en in het verdriet even kopje onder te gaan. Ze heeft de moed om af te dalen naar de kelder van menselijke pijn en verdriet. Die combinatie maakt haar uniek: een leider die haar eigen pijn laat zien en gasten troost met een God die je draagt en je mooi vindt zoals je bent.
Verlangen
Zuster Christella geeft leiding aan het bezinningshuis van de Franciscanessen van Denekamp en ze doet dat in samenwerking met andere zusters uit Indonesië. De woorden ‘omgekeerde missie’ wil ze niet horen. In de cultuur van Indonesië en die van Nederland zitten aanknopingspunten die beide het mogelijk maken om het beste van twee culturen te verbinden. Zuster Christella is geen scherpslijper, maar een verbinder. ‘Geen omgekeerde missie’, klinkt het uit haar mond, ‘maar reisgenoten in de zoektocht van het bestaan, tochtgenoten op de weg naar betekenisgeving van je leven. We doen dat uit overtuiging, ik ben zelf een tochtgenoot in het leven. Mijn reis houdt ook nooit op. Als klein meisje uit een moslimgezin ging ik naar de katholieke school en werd ik geraakt door het voorbeeld van een zuster. God spreekt tot mij door mensen. God heeft mensen nodig om zijn Liefde te delen. God heeft die zuster op mijn pad gestuurd. Op mijn veer- tiende ben ik gedoopt, op mijn twintigste ben ik ingetreden. Ik voel me rijk dat ik het katholieke geloof heb leren kennen, ik voel me bevoorrecht dat ik van mijn ouders de ruimte heb gekregen om Christus te volgen. Zij zijn die weg uiteindelijk ook gegaan. Het gaat in dit leven om liefde en geluk. Ieder mens heeft de vrijheid om zijn of haar weg te kiezen. Ieder mens leeft van dat verlangen naar geluk. Christus is voor mij de kapstok geworden op de weg van mijn leven. Alles wat er gebeurt in mijn leven, kan ik aan die kapstok hangen. Zo draagt Christus me, ook hier in Denekamp.’
Vertrouwen
We staan nog in de sneeuw van januari als ze deze woorden spreekt, met uitzicht op het Franciscushuis, de plek waar ze samen met Augustin, Reinalda, Virgini, Klarina en Mariela het werk van de Nederlandse franciscanessen voorzet: gastvrijheid bieden aan mensen die even op adem willen komen. De oudere zusters wonen en leven verderop en voelen zich nog zeer verbonden met de Indonesische franciscanessen. Zij zijn de schouders waarop zuster Chris- tella mag staan. Het klooster vangt nu bijna honderd vluchtelingen op uit Oekraïne en is ook een veilige plek voor mensen die in het gewone arbeidsproces niet mee kunnen komen. De hele wereld komt binnen in dit klooster. Dat past bij het leven van zuster Christella. Niemand kan zo mooi het Onze Vader in het Indonesisch zingen als zij, niemand kan zo dansen met de gasten als zij. De schoonheid van de culturen die samenkomen, ze leeft het voor op een ontroerende manier.
Ze ontroert ook op een andere manier, in de openheid over haar kwetsbaarheid. Schoonheid wil ook zeggen: dat je je wonden laat zien en dat je deelt hoe die wonden geheeld worden. Luister maar naar haar woorden: ‘Ik leef van het vertrouwen dat God zorgt voor mensen. Ik was nog maar postulant toen mijn vader ernstig ziek werd. Ik stond toen voor het dilemma: terug naar huis in Indonesië om voor mijn vader te zorgen of hier in Denekamp blijven om te bidden tot God en zo verbonden te zijn met alle mensen die voor mijn vader zorgen. Ik heb het laatste gedaan. In God ben je verbonden met dierbaren, ver weg en dichtbij. Zo leef ik van vertrouwen. Dat s ook schoonheid: dat God je juist dan niet alleen laat. Maar hij droeg me ook in de overgang naar hier: taal, klimaat, eten, een andere manier van geloven. Ik moest het allemaal meemaken en het heeft me een rijker mens gemaakt. Ook in mijn geloof. Want ik dacht dat ik klaar was als christen, ik had het idee dat ik bij het intreden alles al wist. Mijn geloof is door mijn 20 jaar in Nederland mooier geworden, want ik weet nu dat je altijd onderweg bent en dat
je reis naar je bestemming nooit ophoudt. In die zin roept God me iedere dag. En dat geeft mijn leven een grote schoonheid, ook in het tasten en zoeken. Ik ben zelf een reisgenoot geworden. En juist daarom kan ik andere zoekers en gasten nabij zijn.’
Het artikel is verder te lezen in Klooster! 27, blz. 10-15
Tekst: Leo Fijen
Foto’s: Rogier Veldman





