Ontmoeten als een werkwoord: in dit openhartige gesprek spreekt Leo Fijen met abt Isaac Majoor van Abdij Koningshoeven over bijzondere ontmoetingen die raken en richting geven. Hoe maken we werkelijk verschil in het leven van anderen? Hoe geven we adem aan onszelf én elkaar? Hoe delen we barmhartigheid in een vaak harde wereld? En hoe kun je een stem geven aan hen die geen stem meer hebben?
Abt Isaac Majoor over de eeuwige barmhartigheid:
‘Zo kun je verleden, heden en toekomst ontmoeten’
Ontmoeting is een werkwoord in het leven van Isaac Majoor, alweer enige tijd abt van Abdij Koningshoeven. Dat is proberen te leven in barmhartigheid. Dat is op weg gaan om er te zijn voor hen die gekrenkt en vermoord zijn, voor hen die niet welkom zijn. Contemplatief leven is gevoed worden door de ontmoeting met hen en zo Gods meest voorkomende eigenschap in de Bijbel inhoud geven: barmhartigheid. Isaac Majoor, vader-abt van de trappisten van Koningshoeven in het niemandsland tussen Berkel- Enschot en Tilburg, gaat zitten en steekt van wal.
Van Krakau naar Auschwitz lopen om daar het graf te zoeken van drie joodse broeders en drie joodse zusters. Dat is ook contemplatief leven. Mystiek is niet in kringetjes draaien om jezelf maar om er te zijn voor je naasten, ook door de dood heen. Barmhartigheid is een ander woord voor God. Zo kan contemplatief leven verbonden worden met barmhartigheid en gerechtigheid. Lopen, lopen, lopen om nader tot de vermoorde broeders en zusters te komen. Isaac Majoor noemt de namen: Nivarus Löb, Ignatius Löb, Linus Löb, Hedwige Löb en Theresia Löb. Zij werden vermoord in Auschwitz in 1942. Ze zijn weggevoerd vanaf de poort van de abdij, eerst naar Westerbork. De struikelstenen
zijn daar 80 jaar later gelegd, in 2022, en getuigen daarvan, voor altijd. In het bos bij de abdij staat een monument, met hun namen, ook die van Veronica Löb en Hans Löb, evenzo gruwelijk vermoord. Hun namen kunnen en mogen niet vergeten worden, ze zijn daar voor altijd, samen met de monniken van Tibhirine, in 1996 ontvoerd om daarna een gruwelijke dood te vinden. Bij hun namen staat de volgende tekst: ‘Monniken zijn als bomen die ’s nachts in stilte bestaan en ervoor zorgen dat wij weer zuivere lucht kunnen ademen.’
Baarmoeder
Die woorden staan daar niet voor niets. In de nacht wordt Isaac Majoor zelf ook gevoed, in de ontmoeting zonder woorden met de broeders en met God. Hij staat om 3.30 uur op, als er niets bijzonders is. Er zijn dan van die dagen dat hij eerst de melk moet pasteuriseren om die dag kaas te kunnen maken. Dat is voor hem biddend werken. Zijn contemplatieve leven heeft als fundament Ora et Labora. Het wordt steeds moeilijker om dat uit elkaar te trekken, vindt hij, getuige de volgende woorden: ‘Ik denk dat we er te krampachtig mee omgaan. In de nacht is het voor mij biddend werken. Als ik op moet staan om mijn taak als ziekenbroeder te vervullen zorgt de loomheid ervoor dat er een zekere sereniteit over mij komt. Daarmee krijgt de irritatie van een onderbroken slaap geen kans. De zachtheid van de sereniteit neemt alles over. Zoals de zachtheid van het pasteuriseren daarna als een meditatie wordt. Een ster aan de hemel laat me dan volop genieten van een volle maan. En toch is dat nog niet het meest heilige moment. Dat komt over en in me als ik mijn vaste gebruik kan volgen en om 3.35 uur in de donkere kapel ben. Meestal zijn we rond 3.50 uur met tien broeders. Zo delen we elkaars gebed, zonder woorden. Dat is ook ontmoeting, in de heiligheid van Gods baarmoeder. Ik hou me vast aan het Hebreeuwse woord Rechaiem. Dat betekent barmhartigheid, Gods meest voorkomende eigenschap in de Bijbel. Maar dezelfde Hebreeuwse tekens betekenen ook baarmoeder. In de gedeelde duisternis van de nacht waan ik me even in de heiligheid van Gods baarmoeder met vruchtwater, warm en geborgen. Dat is voor mij de ontmoeting in de nacht.’
Barmhartigheid

Twee jaar geleden schreef Isaac Majoor woorden met de gelijke strekking, voor dit magazine. Ik moet aan dit verhaal denken als hij probeert uit te leggen wat die baarmoeder van God voor hem betekent. Het is woensdagochtend als we elkaar ontmoeten, een weerzien na lange tijd in een koude spreekkamer. Het is er niet warm en geborgen, het doet helemaal niet denken aan een baarmoeder met vruchtwater. En toch is God in deze kou heel nabij. Dat heeft alles te maken met deze abt. ‘Ik heb maar vijf minuten voor je’, komt hij een beetje provocerend binnen. Een warm vest om zijn habijt, een zachte stem, niet een spoor van koffie als ontmoeting. En toch is God nabij. Door de passie in zijn stem, door de betrokkenheid met hen die geen stem hebben, door de nabijheid voor hen die ziek zijn en gaan sterven. Dit is geen gewoon gesprek, dit is barmhartigheid in iedere zin en in elk voorbeeld. Om maar aan te geven dat contemplatief leven ook een daadwerkelijke inzet voor de nood in de samenleving kan zijn. Contemplatief leven op deze manier wordt gevoed in de nacht, krijgt inhoud door biddend werken en woordeloos bidden. Contemplatief leven begint in de nacht maar is ook een opdracht voor de dag.
Weer komt hij terug op zijn tocht door de woestijn van de vernietiging in de Tweede Wereldoorlog. We staan dit jaar stil bij 80 jaar oorlog en vrijheid, meer dan ooit, met alles wat er in de wereld speelt. Broeder Isaac kijkt me aan door die mooie bril van hem en vertelt: ‘Een paar jaar geleden liep ik in mijn eentje van Krakau naar Auschwitz om te doorleven wat er met deze broeders en zusters is gebeurd. Dat is mystiek: vanuit de baarmoeder met vruchtwater stem geven aan hen die geen stem meer hebben en alles doorleven tot in al mijn vezels. Misselijkmakend, zo heb ik het ervaren. Maar het is het minste wat ik kon doen. Ook dat is biddend werken, ook dat is ontmoeting met de dierbaren uit het verleden, door moord en vernietiging heen. Zo kan ik leven delen door de dood heen, zo kan ik een leerling van Christus zijn. Maar dat doen we als broeders ook met de mensen die in het hier en nu geen plek in de herberg mogen krijgen. Als ik kan helpen met opvang van vluchtelingen ga ik zelf naar Moergestel. Als wij het verschil kunnen maken door een meisje uit Oekraïne voor het eerst kansen op school te geven, dan ga ik daar zelf achter aan. En zeker nu we 80 jaar oorlog en vrijheid, vernietiging en vrede herdenken, is dit onze opdracht. We kunnen niet de hele wereld redden, maar we kunnen wel die ene vrouw of dat ene kind redden. Het komt op onze weg. We zijn een vreemde eend in de bijt en worden daarin gevoed door de nacht. Zo kunnen we adem geven aan onszelf en aan deze tijd. Zo kun je verleden, heden en toekomst ontmoeten. Zo kun je barmhartigheid delen.’
Het vervolg van het interview dat Leo Fijen had met Abt Isaac Majoor kunt u lezen in Klooster! 31, vanaf 10 juni bij abonnees op de mat, of los te bestellen via de link.
Verder in het zomernummer Ontmoeting Klooster! 31
• Jongeren ontmoeten elkaar in het klooster van Taizé
• Nikolaas Sintobin over de spiritualiteit van Ignatius van Loyola
• Schrijver en tv-presentator Wim Daniëls over de zusters in zijn Brabantse geboortedorp
• Kloostertuinen in de zomer: toevluchtsoorden van verstilling en verwondering





