Kloostergesprek #55 Een bezield tekort (met Anton ten Klooster) 

In deze aflevering van Kloostergesprekken spreekt Leo Fijen met Anton ten Klooster: priester van het aartsbisdom, theoloog en samensteller van het boek Waar het licht blijft. Centraal staat het jubeljaar en het thema dat paus Franciscus eraan gaf: Pelgrims van Hoop.

Volgens Anton is dit thema actueler dan ooit. Na de pandemie, te midden van geopolitieke spanningen en maatschappelijke onzekerheid, hebben mensen perspectief nodig. Hoop, zegt hij, is geen vaag optimisme, maar hoop op de Verrezen Heer. De Heilige Geest schept ruimte, opent toekomst, laat zien dat er méér is — ook wanneer veel verloren lijkt.In Nederland doen gelovigen veel, maar het onder woorden brengen van wat het geloof persoonlijk betekent, blijft vaak lastig. Juist het jubeljaar heeft geholpen om opnieuw positief met kerk-zijn bezig te zijn. Anton reisde langs alle bisdommen en zag op uiteenlopende plekken concrete tekenen van hoop: in parochies, in initiatieven, in symbolen zoals banners die zichtbaar maken waar men voor staat. Hoop heeft hier letterlijk handen en voeten gekregen.

In het boek Waar het licht blijft schreef Anton het verhaal Pelgrims van hoop in een krimpende kerk. Daarin benoemt hij drie kernpunten. Pelgrims zijn mensen in beweging — en die beweging is een graadmeter voor hoop. Hoop richt zich altijd op iets reëels, ook (of juist) in een krimpende kerk. En hoop is een bezield tekort: het besef van het ‘nog niet’, van onderweg zijn naar wat komen gaat.

Tegelijk ziet Anton verrassende ontwikkelingen. Theologie is de enige faculteit die groeit aan de Universiteit van Tilburg, vieringen trekken meer mensen, en er gebeuren dingen die niemand heeft georganiseerd. “Daar heeft God iets gedaan,” zegt hij. Is het een reveille, een nieuw ontwaken? Dat is nog te vroeg om te zeggen — maar het stemt hoopvol.

Ook zijn eigen geloofsweg komt ter sprake. Protestant opgevoed, een tijd lang niets, tot hij in Rome de kerk Santa Maria Maggiore binnenliep en zich onverwacht thuis voelde. Dat gevoel herkende hij later in Hardenberg. Het vormsel volgde, en wat begon als een ‘uit de hand gelopen hobby’ werd een roeping — en een zegen.

Hoop betekent ook realistisch kijken. Zusters die afscheid moeten nemen van hun klooster, parochies die kleiner worden — niet alles blijft. Maar niet alles is voorbij. De vraag is: wat houden we brandend? Hoe blijven we een open kerk, ook voor niet-gelovigen die misschien ooit willen binnenkomen?

Anton pleit voor getuigenis, voor ruimte om te groeien, en voor vertrouwen dat niet alles hoeft te lukken. Hoop stelt niet teleur — hoop is dat je, ondanks alles, verder gaat.

Het boek Waar het licht blijf is te bestellen bij de boekhandel en verkrijgbaar in onze webshop

 

Boeken